Een terroristische aanslag
Een terroristische aanslag verschilt van een ‘gewone’ ramp. Bij een ‘gewone’ ramp is er geen sprake van opzet. Bij een terroristische aanslag is dat wel het geval. Na een terroristische aanslag is het overheidsoptreden dan ook niet alleen gericht op rampenbestrijding (hulp verlenen aan slachtoffers, handhaven van de openbare orde, verrichten van herstelwerkzaamheden), maar moeten ook de daders zo snel mogelijk worden opgespoord en moet tegelijkertijd rekening worden gehouden met de dreiging van een vervolgaanslag. Daarnaast heeft de moedwilligheid van een terroristische aanslag veelal een grote maatschappelijke impact die (ook op andere plaatsen) tot onrust of ongeregeldheden kan leiden. Tijdige en adequate woordvoering en voorlichting zijn daarom van groot belang.
Hulpverlening aan slachtoffers
Hulpverleners moeten na een terroristische aanslag met meer zaken rekening houden dan na een ´gewoon´ ongeluk of ramp. Het getroffen gebied kan bijvoorbeeld (nog) niet ontplofte explosieven bevatten, of er kan een risico zijn op aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Het door een aanslag getroffen gebied is tevens plaats delict. Ze moeten er bij hun werkzaamheden dan ook rekening mee houden dat ze niet onnodig waardevolle sporen of bewijsmateriaal uitwissen. De mogelijkheid bestaat dat de aanslag deel uitmaakt van een gecoördineerde actie die meerdere aanslagen behelst. De aanslagen in de Verenigde Staten, Madrid en Londen, zijn hier voorbeelden van. Na een aanslag moet dan ook rekening worden gehouden met mogelijke vervolgaanslagen. Dat kan aanleiding zijn voor het treffen van extra maatregelen.
Opschaling bij terroristische dreiging
In het geval van een (dreigende) gemeentegrensoverschrijdende crisissituatie,vindt opschaling plaats volgens de normale opschalingsprocedures bij crisisbeheersing. In geval van een terroristische aanslag kan er voor worden gekozen om de lokale driehoek (OM, politie en lokale overheid) en het (Regionale) Beleidsteam (deels) te integreren (‘vijfhoek’). Op die manier kunnen de belangen van hulpverlening, openbare orde en opsporing goed op elkaar worden afgestemd. Door het betrekken van de regionaal geneeskundig functionaris en de regionaal commandant brandweer bij deze besluitvorming kunnen zij de noodzakelijke maatregelen treffen.


