Terroristische dreiging
Dreigingen van terroristische acties oefenen een grote druk uit op lokale autoriteiten. Hoewel er nog geen sprake is van een calamiteit, kan het nodig zijn dat lokale autoriteiten op basis van de inschatting van de ernst en waarschijnlijkheid van de dreiging al in actie komen. Bij dreigingen kan een verschil worden gemaakt tussen de algemene dreiging voor Nederland, een dreiging tegen een object, dienst of persoon, of een dreiging tegen een (vitale) bedrijfssector.
Bedreiging van objecten en personen
Voor de algemene terroristische dreiging voor heel Nederland stelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding ieder kwartaal het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland op. Op basis van het DTN worden geen beveiligingsmaatregelen genomen. Wel kunnen beleidsaanbevelingen uit het DTN voortvloeien.
Voor dreigingen tegen een individuele persoon, object of evenement worden conform het stelsel Bewaken en Beveiligen concrete beveiligingsmaatregelen getroffen. Er wordt ook gekeken welke preventieve stappen kunnen worden ondernomen om dreiging te verminderen of tegen te gaan. Het project Solistische Dreigers is hier een voorbeeld van evenals projecten op het gebied van radicalisering.
Bedreiging van een bedrijf(ssector)
Voor dreigingen tegen (vitale) bedrijfssectoren die bij het Alerteringssysteem terrorismebestrijding zijn aangesloten (bv. spoor, openbaar vervoer, waterleidingbedrijven, gas, elektriciteit, nucleair, Schiphol, Rotterdamse haven) worden algemene beveiligingsmaatregelen getroffen door de sectoren zélf alsmede door de overheid.
Woordvoering en voorlichting bij dreiging
Ook bij terroristische dreiging gelden een aantal richtlijnen voor de woordvoering.


